Op deze plaats geven de bestuurders van Pensioenfonds DNB om de beurt een inkijkje in hun ‘bestuurderswereld’. Deze keer is dat Mirja Constandse. Sinds 12 februari is zij officieel begonnen als onafhankelijk bestuurslid voor DNB.
‘Ik heb altijd in de pensioensector gewerkt. Ik ben begonnen bij Zwitserleven op de afdeling rekentechniek. Daarna heb ik in verschillende functies gewerkt in de sector: bij een pensioenfonds, een consultant en een pensioenuitvoerder. Op dit moment werk ik bij de Nationale APF als uitvoerend bestuurder. Als bestuurder heb ik veel voordeel van de ervaringen die ik in de verschillende rollen hiervoor heb opgedaan.
Tot voor kort zat ik ook nog in de Raad van Commissarissen bij de Captive van ABN AMRO. Toen mijn tweede bestuurstermijn erop zat, werd ik gevraagd om onafhankelijk bestuurslid te worden bij Pensioenfonds DNB. Dat zag ik wel zitten.
Sinds 1 januari 2024 loop ik mee in het bestuur. Op 12 februari ben ik officieel benoemd. Het bevalt tot nu toe heel goed. Het bestuur is heel erg professioneel. Alle leden weten goed waar ze het over hebben en de sfeer is prettig. Dat maakt de samenwerking heel positief en opbouwend.’
Interessante discussies
‘We zijn als bestuur vooral bezig met het vernieuwde pensioenstelsel en alles wat daarmee te maken heeft. De gesprekken met sociale partners en over het beleid van het fonds, zijn heel interessant. En zorgen voor goede discussies. We komen inmiddels in de afrondende fase. Alle inhoud is goed bekeken, er zijn vele berekeningen gemaakt. Nu is het tijd om de puntjes op de i te zetten. En de laatste knopen door te hakken. Het is aan de sociale partners om een besluit te nemen.
Daarna beoordelen we als bestuur of de nieuwe regeling ‘evenwichtig’ is en of de opgebouwde pensioenen op een goede manier worden omgezet naar de nieuwe pensioenregeling. We kijken ook of de regeling uit te voeren én goed uit te leggen is. Uiteindelijk geven we als bestuur aan of we de nieuwe regeling kunnen en willen uitvoeren. Zo ja, dan gaan we verder met de verdere invulling van het beleid. Daarnaast maken we een ‘implementatieplan’, waarin staat hoe we uitvoering van de nieuwe pensioenregeling gaan organiseren.’
Communicatie moet duidelijk zijn
‘De sociale partners hebben een voorlopige keuze gemaakt voor de solidaire premieregeling. Dat betekent dat deelnemers wel een eigen pensioenkapitaal krijgen, maar sommige risico’s worden nog steeds met elkaar gedeeld. Het is best lastig uit te leggen hoe het precies werkt. Daar hebben we een belangrijke taak in, als pensioenfonds. De communicatie over de ontwikkeling van het pensioenkapitaal, hoe het pensioen er naar verwachting uit komt te zien en de onzekerheid van het pensioen, moet helder en begrijpelijk zijn. Net als de keuzes en wat deze betekenen voor de deelnemer.’
Een extra uitdaging
‘Pensioenfonds DNB is natuurlijk het fonds van een toezichthouder. Dat brengt wel extra uitdagingen met zich mee. Wat we doen, moet goed zijn. Dat wil natuurlijk elk pensioenfonds, maar als fonds van een toezichthouder lig je soms net iets meer onder een vergrootglas. Dus zetten we in de zorgvuldigheid van de besluitvorming soms een extra stapje. En willen we zaken nog beter onderbouwen. Sommige deelnemers hebben ook meer kennis van pensioen dan bij veel andere fondsen. Ze zijn daardoor ook kritischer. Heel logisch natuurlijk. Gelukkig ben ik daar wel aan gewend. Want de pensioenen van de AFM (Autoriteit Financiële Markten) zijn ondergebracht bij de Nationale APF.
Mijn kennis van en ervaring bij de Nationale APF komen sowieso goed van pas in mijn taak als bestuurder. Bijvoorbeeld bij het afronden van de verhuizing naar AZL. De Nationale APF is namelijk ook klant bij AZL, dus ik ken deze pensioenuitvoerder goed.’
Aandacht houden is belangrijk
‘De verhuizing van pensioenfonds DNB naar AZL is inmiddels zo goed als afgerond. Dat is fijn, want de overgang naar het vernieuwde pensioenstelsel zal de komende tijd nog meer tijd en aandacht vragen van het bestuur. Tegelijkertijd moeten we ervoor zorgen dat de dagelijkse dienstverlening aan onze deelnemers goed blijft. Want aandacht hebben én houden voor onze deelnemers, dat is belangrijk.’