Woordenboek

A
  • Aanpassing van pensioen (indexatie of toeslagverlening)

    De verhoging van het pensioen met een bepaald percentage. Deze verhoging wordt ook wel ‘toeslag’ of ‘indexatie’ genoemd.

    Afhankelijk van de financiële positie van het pensioenfonds is deze verhoging gelijk aan de algemene prijsontwikkeling van het Consumenten Prijs Indexcijfer (CPI) voor alle huishoudens (meetperiode oktober tot en met september).

    Er is echter geen geld gereserveerd voor indexatie. Ook wordt er geen extra premie voor betaald. Daarom is de indexatie altijd voorwaardelijk. Het is nooit zeker of, en in welke mate wordt geïndexeerd. Het bestuur besluit jaarlijks op grond van de financiële situatie van het fonds of een gehele of gedeeltelijke indexatie kan worden toegekend.

  • ABTN

    Afkorting voor Actuariële en Bedrijfstechnische Nota. In deze, door de wet verplicht gestelde nota, wordt het beleid van het pensioenfonds beschreven op het gebied van financiering, beleggingen, pensioenen en toeslagverlening.

  • Actuaris

    De actuaris is de specialist die de premie berekent en die vaststelt hoeveel vermogen er naar verwachting vandaag nodig is om de pensioenen in de toekomst te kunnen uitbetalen. Actuarissen berekenen de financiële gevolgen die risico's (zoals wijzigingen in de rente of in de levensverwachting) met zich meebrengen.

  • Afkoop

    Afkoop van pensioenaanspraken is het vervangen van deze aanspraken door betaling van een bedrag ineens. De Pensioenwet verbiedt afkoop van pensioenaanspraken, behalve als het gaat om een pensioen van beperkte omvang. 

  • Ambitieniveau bij indexatie

    De mate waarin het pensioenfondsbestuur indexatie nastreeft. Pensioenfonds DNB streeft er naar om de pensioenen waardevast te houden, dat wil zeggen mee te laten groeien met de algemene prijsontwikkeling. Hiervoor geldt als maatstaf het Consumenten Prijs Indexcijfer (CPI) voor alle huishoudens (meetperiode oktober tot en met september).

    Er is echter geen geld gereserveerd voor indexatie. Ook wordt er geen extra premie voor betaald. Daarom is de indexatie altijd voorwaardelijk. Het is nooit zeker of, en in welke mate wordt geïndexeerd. Het bestuur besluit jaarlijks op grond van de financiële situatie van het fonds of een gehele of gedeeltelijke indexatie kan worden toegekend.

  • Attestatie de Vita

    Dit is een document waaruit blijkt dat u nog in leven bent.

B
  • Beleidsdekkingsgraad

    De beleidsdekkingsgraad is bepalend voor:

    - het moment dat het pensioenfonds in een tekortsituatie komt, dan wel uit een tekortsituatie komt;
    - de evaluatie van een eventueel herstelplan;
    - het doorvoeren van eventuele kortingen;
    - de indexaties.

  • Bereikbaar pensioen

    De pensioenaanspraak die een deelnemer kan behalen als hij tot de pensioendatum aan de pensioenregeling blijft deelnemen, uitgaande van de op het moment van berekening geldende grondslagen en deeltijdfactor.

  • Best-in-class bedrijven

    We beleggen in bedrijven met een hoge ESG-score (ESG staat voor Environmental, Social & Governance). Concreet betekent dit dat we alleen aandelen kopen van de 75% best scorende bedrijven binnen hun sector. Dit zijn de zogenaamde best-in-class bedrijven. Verder streven we naar een portefeuille met een 30% betere ESG-score en een vermindering van de CO2-voetafdruk van 10% ten opzichte van vergelijkbare portefeuilles.

  • Bijzonder ouderdomspensioen

    De na scheiding of einde van de gemeenschappelijke huishouding aan de ex-partner toegedeelde aanspraak op ouderdomspensioen. Zie ook Pensioenverevening.

C
  • Contante waarde

    Het bedrag dat nu nodig is om op een bepaald moment in de toekomst een uitkering of een reeks van uitkeringen te kunnen doen.

  • Conversie

    Omzetting van het recht van de ex-partner bij echtscheiding op een deel van het ouderdomspensioen (wat verkregen wordt door middel van verevening) en bijzonder partnerpensioen in een zelfstandig ouderdomspensioen. Hiervoor is schriftelijke toestemming van het fonds vereist.

D
  • Deelnemersbijdrage

    Bedrag dat door de deelnemer wordt betaald als bijdrage in de kosten van de pensioenregeling. Bij DNB wordt een deel van de pensioenpremie door werkgever ingehouden op het salaris. Dit is in de cao geregeld.

  • Deeltijdfactor

    Factor die vastgesteld wordt door het in de arbeidsovereenkomst vastgelegde aantal uren te delen door het aantal uren bij een volledige werkweek van 36 uur.

  • Deeltijdpensioen

    Een deel van het pensioen laten ingaan naast een deeltijdbaan. Het totale inkomen bestaat dus uit pensioen en inkomen uit arbeid.

  • Dekkingsgraad

    De dekkingsgraad is de verhouding tussen de netto activa en de technische voorziening, uitgedrukt in een percentage. Dit verhoudingsgetal geeft aan in hoeverre op lange termijn de pensioenverplichtingen kunnen worden nagekomen. De netto activa zijn het saldo van het belegd vermogen, de andere activa en de schulden.

  • Dekkingstekort

    Situatie dat de middelen van het pensioenfonds niet toereikend zijn om de technische voorziening en de reserve voor algemene risico's te dekken.

E
  • Eigen vermogen

    Buffer om mogelijke waardedalingen van de in het pensioenfonds aanwezige middelen op te vangen. Pensioenfondsen zijn verplicht te beschikken over een voldoende grote buffer.

  • ESG

    ESG staat voor Environmental, Social en Governance. Deze criteria worden toegepast in het beleggingsbeleid.

F
  • Financieel Toetsingskader (FTK)

    De door de toezichthouder uitgevoerde methodiek voor de toetsing van de financiële opzet en toestand van pensioenfondsen die vanaf 1 januari 2007 verplicht is.

  • Financiering Voortzetting Pensioenverzekering (FVP)

    De Stichting FVP is een bij wet ingesteld fonds waar ex-werknemers van 40 jaar of ouder gedurende de periode dat zij recht hebben op een loongerelateerde WW-uitkering aanspraak kunnen maken op een bijdrage ten behoeve van inkoop van extra pensioen. Daarnaast kunnen de nabestaanden van werknemers, die jonger zijn dan 40 jaar en die overlijden in de periode waarin zij recht hebben op een loongerelateerde WW-uitkering, in aanmerking komen voor inkoop van nabestaandenpensioen. Met ingang van 1 juli 2004 gold een wachtperiode van 180 dagen, voordat de voortzetting van de pensioenopbouw van kracht werd. Vanaf 1 januari 2011 is de FVP gestopt.

  • Franchise

    Het deel van het salaris dat niet wordt meegenomen bij het berekenen van de pensioengrondslag. Over dit gedeelte ontvangt u later uw AOW-uitkering. 

G
  • Gepensioneerde

    De deelnemer of de ex-deelnemer van wie het pensioen is ingegaan.

  • Geregistreerd partnerschap

    Elke levensgezel die in aanmerking kan komen voor (tijdelijk) partnerpensioen. Er moet wel aan de voorwaarden in het pensioenreglement worden voldaan.

  • Gewezen deelnemer

    Degene voor wie het deelnemerschap voor pensioeningang is beëindigd en nog aanspraken jegens het fonds heeft; ook wel slaper genoemd.

  • Geïndexeerd middelloon

    In deze regeling wordt elk jaar pensioen opgebouwd over het salaris dat in dat jaar wordt ontvangen. Het uiteindelijke pensioen bestaat uit de optelsom van de jaarlijkse (eventueel geïndexeerde) pensioenrechten. Vandaar de naam geïndexeerde middelloonregeling.

H
  • Herstelplan

    Pensioenfondsen stellen in geval van een reservetekort een herstelplan op. Dit plan bevat de concrete maatregelen waardoor het pensioenfonds binnen een termijn van maximaal tien jaar weer voldoet aan het vereist eigen vermogen. Voor Pensioenfonds DNB is geen herstelplan van kracht.

I
  • Indexatie

    De verhoging van het pensioen met een bepaald percentage, ook wel toeslag genoemd.

    Afhankelijk van de financiële positie van het pensioenfonds is deze verhoging gelijk aan de algemene prijsontwikkeling van het Consumenten Prijs Indexcijfer (CPI) voor alle huishoudens (meetperiode 1 april tot en met 31 maart).

    Er is echter geen geld gereserveerd voor indexatie. Ook wordt er geen extra premie voor betaald. Daarom is de indexatie  altijd voorwaardelijk. Het is nooit zeker of, en in welke mate wordt geïndexeerd. Het bestuur besluit jaarlijks op grond van de financiële situatie van het fonds of een gehele of gedeeltelijke indexatie kan worden toegekend.

M
  • Maanddekkingsgraad

    De maanddekkingsgraad van het pensioenfonds wordt berekend door op balansdatum het balanstotaal minus de kortlopende schulden te delen op de technische voorzieningen zoals opgenomen in de balans.

  • Middelloon

    In een middelloonregeling wordt elk jaar pensioen opgebouwd over het salaris dat in dat jaar wordt ontvangen. Het uiteindelijke pensioen bestaat uit de optelsom van de jaarlijkse pensioenaanspraken en ligt op het niveau van het gemiddeld tijdens de loopbaan ontvangen salaris. Vandaar de naam middelloonregeling.

P
  • Partner

    Elke levensgezel die in aanmerking kan komen voor (tijdelijk) partnerpensioen. Er moet wel aan de voorwaarden in het pensioenreglement worden voldaan.

  • Partnerpensioen

    Dit is de pensioenaanspraak voor de achterblijvende partner na het overlijden van de (gewezen) deelnemer of gepensioneerde. Er moet wel aan de voorwaarden in het pensioenreglement worden voldaan.

  • Partnerpensioen op kapitaalbasis of risicobasis

    Partnerpensioen op risicobasis: er bestaat alleen aanspraak op partnerpensioen bij overlijden tijdens de deelneming.

    Partnerpensioen voor de pensioendatum op risicobasis staat aanspraak op partnerpensioen bij overlijden tijdens de deelneming; er bestaat geen aanspraak op partnerpensioen bij overlijden als gewezen deelnemer. Voor Pensioenfonds DNB geldt deze vorm van partnerpensioen.

  • Pensioenaanspraak

    Situatie waarin door wisseling(en) van baan mogelijk een beperkt pensioen wordt opgebouwd. Dit is echter afhankelijk van de verschillende pensioenregelingen.

  • Pensioengrondslag

    Het gedeelte van het salaris van de deelnemer waarover hij of zij pensioen opbouwt. Pensioenopbouw vindt alleen plaats over dat deel van het salaris dat ligt tussen de franchise en het in dat jaar geldende maximum pensioengevend salaris.

  • Pensioeningangsdatum

    De eerste dag van de maand waarvan voor de (gewezen) deelnemer een ouderdomspensioenuitkering van het fonds ingaat. De pensioenen worden per kwartaal of per maand vooruit uitbetaald op een door de rechthebbende aan te wijzen bankrekening.

  • Pensioenrecht

    Een recht op ingegane pensioenuitkeringen.

  • Pensioenrichtdatum

    De eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de (gewezen) deelnemer of gepensioneerde 68 jaar wordt. Per 1 januari 2018 is de pensioenrichtleeftijd verhoogd van 67 naar 68.

  • Pensioenverevening

    Verdeling van het ouderdomspensioen bij scheiding of einde van het geregistreerd partnerschap of einde van het ongehuwd samenwonen, gebaseerd op de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (vanaf 1 mei 1995). 

  • Pensioenwet (PW)

    De Pensioenwet heeft tot doel de waarborgen te verschaffen voor financiële zekerheid, individuele zekerheid en uitvoeringszekerheid.

  • Premievrije aanspraak op pensioen

    Opgebouwd pensioen van gewezen deelnemers (slapers).

  • Prepensioen

    Tijdelijk pensioen dat afhankelijk is van uw geboortedatum, en ingaat tussen 60 en 62 jaar. De hoogte is maximaal 100% van uw laatste inkomen.

  • Principles for Responsible Investment

    De Principles for Responsible Investment (PRI) van de Verenigde Naties zijn in 2006 geïntroduceerd als verzameling vrijwillige ‘best practice’- normen voor vermogensbezitters en vermogensbeheerders die in hun beleggingsproces rekening willen houden met het milieu, maatschappij en goed bestuur.

R
  • Raad van toezicht

    Een intern toezichthoudend orgaan, dat toezicht houdt op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in het pensioenfonds.

  • Reële dekkingsgraad

    De reële dekkingsgraad wordt berekend als de dekkingsraad gedeeld door de toekomstbestendige indexatiegrens. Tot en met 2014 werd voor berekening van de reële dekkingsgraad de voorziening pensioenverplichtingen herrekend, rekening houdend met de verwachte loon- en prijsinflatie.

S
  • Samenwonen (ongehuwd)

    Het duurzaam voeren van een gemeenschappelijke huishouding door twee ongehuwden. De aanspraak op partnerpensioen voor de partner ontstaat, indien een deelnemer het bestaan van de gemeenschappelijke huishouding heeft gemeld aan Pensioenfonds DNB. De gemeenschappelijke huishouding moet vastgesteld zijn met een notariële, authentieke akte van een samenlevingscontract, en een uittreksels uit het bevolkingsregister.

     

  • Slaper

    Degene voor wie het deelnemerschap voor pensioeningang is beëindigd en nog aanspraken jegens het fonds heeft; ook wel gewezen deelnemer genoemd.

T
  • Toeslagverlening

    De verhoging van het pensioen met een bepaald percentage, ook wel indexatie genoemd.

    Afhankelijk van de financiële positie van het pensioenfonds is deze verhoging gelijk aan de algemene prijsontwikkeling van het Consumenten Prijs Indexcijfer (CPI) voor alle huishoudens (meetperiode oktober tot en met september).

    Er is echter geen geld gereserveerd voor indexatie. Ook wordt er geen extra premie voor betaald. Daarom is de indexatie altijd voorwaardelijk. Het is nooit zeker of, en in welke mate wordt geïndexeerd. Het bestuur besluit jaarlijks op grond van de financiële situatie van het fonds of een gehele of gedeeltelijke indexatie kan worden toegekend.

U
  • Uitruil

    Onder voorwaarden bestaat de mogelijkheid om - een deel van - het partnerpensioen om te zetten in ouderdomspensioen en het ouderdomspensioen om te zetten in partnerpensioen.

  • Uitstel van pensioen

    De aanspraak op pensioen - al dan niet voor een deel - later te laten ingaan dan de reglementaire ingangsdatum van dit pensioen. Dit kan tot maximaal 72 jaar.

  • Uitvoeringsovereenkomst

    De overeenkomst tussen een werkgever en een pensioenfonds over de uitvoering van één of meer pensioenregelingen.

  • Uniform Pensioenoverzicht (UPO)

    Een overzicht van de pensioenaanspraken dat jaarlijks aan de actieve deelnemers wordt gestuurd en eens per drie jaar aan gewezen deelnemers.

V
  • Variabel pensioengevend salaris

    Het variabel pensioengevend inkomen in enig kalenderjaar is gelijk aan de som van het totaal van de in dat kalenderjaar feitelijk ontvangen (afbouw) toeslagen wegens het verrichten van werkzaamheden onder bijzondere omstandigheden (bo-toeslag) met inbegrip van de in dat kalenderjaar ontvangen dertiende maand en vakantietoeslag die betrekking hebben op de bo-toeslag.

  • Vast pensioengevend salaris

    Het vast pensioengevend inkomen in enig kalenderjaar is gelijk aan het individueel vastgestelde jaarsalaris op 1 januari van dat kalenderjaar, vermeerderd met de dertiende maand en de vakantietoeslag over dat salaris.

  • Verantwoordingsorgaan

    Een orgaan waarin de actieve deelnemers, de pensioengerechtigden, eventueel de gewezen deelnemers en de werkgever zijn vertegenwoordigd en waaraan het bestuur verantwoording aflegt. Het oordeel van het verantwoordingsorgaan over het handelen van het bestuur wordt opgenomen in het jaarverslag.

  • Vereiste dekkingsgraad

    De vereiste dekkingsgraad is het vermogen dat het pensioenfonds nodig heeft op grond van vooral het gevoerde beleggingsbeleid. De vereiste dekkingsgraad bestaat uit alle pensioenverplichtingen (de pensioenen die we nu en in de toekomst moeten betalen) verhoogd met de benodigde reserves. Is de beleidsdekkingsgraad lager dan de vereiste dekkingsgraad? Dan is er sprake van een tekort. In dat geval moet het pensioenfonds een herstelplan indienen bij toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB). In dit herstelplan moet staan hoe het fonds ervoor zorgt dat de beleidsdekkingsgraad binnen 10 jaar weer boven de vereiste dekkingsgraad komt te liggen.

  • Verevening

    Als u gaat scheiden, moeten goederen en financiële middelen verdeeld worden. Dit geldt ook voor uw pensioenaanspraken. Hoe de verrekening plaatsvindt, is afhankelijk van de voorwaarden waaronder u getrouwd bent en van de afspraken die bij de scheiding worden gemaakt.

  • Vervroeging van pensioen

    De aanspraak op pensioen - al dan niet voor een deel - eerder laten ingaan dan de reglementaire ingangsdatum van dit pensioen.

  • Voorziening pensioenverplichting

    Het bedrag dat op de rekendatum nodig is om aan de toekomstige pensioenverplichting te kunnen voldoen.

W
  • Waardeoverdracht(en)

    Het naar een andere pensioenregeling overdragen van de waarde van het opgebouwde pensioenrecht.

  • Waardevast pensioen

    Bij een waardevast pensioen groeit het pensioen mee met de stijging van de prijzen. De koopkracht van dit pensioen blijft hetzelfde. De aanpassing van een waardevast pensioen vindt plaatst aan de hand van de consumentenprijsindex (CPI) voor alle huishoudens over de periode oktober tot en met september. Pensioenfonds DNB streeft naar het waardevast houden van de pensioenen.

  • WAO-aanvulling

    De Wet op de Arbeidsongeschiktheid is 1 januari 2006 vervangen door de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA). De WAO geldt alleen nog voor deelnemers die voor 1 januari 2004 langdurig ziek zijn geworden. De WAO-aanvulling dekt het verschil tussen de loongerelateerde basisuitkering en de lagere vervolguitkering van de WAO en gaat in de regel in op de ingangsdatum van de vervolguitkering.

  • Wees

    Kind dat geen ouder, stief- of pleegouder meer heeft. Een wees heeft recht op een nabestaandenpensioen van Pensioenfonds DNB totdat hij of zij de leeftijd van 18 heeft bereikt of, indien studerend, de leeftijd van 27.

  • Welvaartsvast pensioen

    Bij een welvaartsvast pensioen groeit de pensioenuitkering mee met de algemene salarisontwikkeling van de werkgever.

  • Wet verevening pensioenrechten bij scheiding

    Regelt vanaf 1 mei 1995 wettelijk de verdeling van ouderdomspensioen bij scheiding (verdeling van nabestaandenpensioen valt onder de Pensioenwet). De deelnemer heeft de vrijheid om afwijkende afspraken te maken.

  • Wezenpensioen

    Een periodieke uitkering voor de kinderen van de overleden (gewezen) deelnemer aan de pensioenregeling. Er moet wel aan de voorwaarden in het pensioenreglement worden voldaan.

  • WIA

    WIA staat voor de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen. De WIA is 1 januari 2006 in werking getreden en heeft de Wet op de Arbeidsongeschiktheid vervangen. U krijgt te maken met de WIA als u sinds 1 januari 2004 voor meer dan 35% arbeidsongeschikt raakt.