Veel gestelde vragen over uw pensioen in de nieuwe pensioenregeling

Bekijk alle vragen

De nieuwe regels voor pensioen

Bekijk alle vragen

De hoogte van mijn pensioen

  • Wanneer hoor ik hoe hoog mijn pensioen wordt?

    Voorafgaand aan de overstap op de nieuwe pensioenregeling, krijgt u te zien hoeveel pensioen u hebt opgebouwd in de huidige regeling. U krijgt ook een eerste inschatting van uw pensioen in de nieuwe regeling. Ná de overstap krijgt u nog een berekening van ons. Die is nauwkeuriger, omdat pas op het moment van de overstap precies duidelijk is wat de waarde van uw opgebouwde pensioen is.

    Meer informatie over wat u wanneer van ons kunt verwachten, kunt u hier vinden.

  • Kan ik mijn persoonlijk pensioenvermogen kwijtraken door slechte beleggingsresultaten?

    Nee. Dat kan niet. Beleggen brengt risico's met zich mee. De risico's die worden genomen zijn vastgelegd in het beleggingsbeleid. Dat beleid is voor een groot deel gebaseerd op de uitkomsten van het deelnemersonderzoek uit 2022. Dit onderzoek wordt elke vijf jaar herhaald. 

    Daarnaast worden reserves aangehouden voor pensioengerechtigden en degenen die een nabestaanden- of arbeidsongeschiktheidspensioen ontvangen. Dit wordt gedaan door beleggingsopbrengsten in goede economische tijden te reserveren voor tijden dat het economisch meer tegenzit. De reserve wordt gebruikt om te voorkomen dat het pensioenen van (bijna) pensioengerechtigden en een nabestaanden- of een arbeidsongeschiktheidspensioen ontvangen in een jaar omlaag gaan.
    Er is geen garantie dat de pensioenen nooit omlaaggaan. De sociale partners leggen vast hoe de reserve moet worden gefinancierd en wordt gebruikt.

  • Kan mijn pensioenuitkering dalen?

    Eén keer per jaar kijken we of en met hoeveel de pensioenuitkeringen aangepast kunnen worden. Dat is vooral afhankelijk van de beleggingsresultaten. In slechte tijden kunnen de pensioenuitkeringen ook dalen. Dat is nu ook al zo. De kans dat dit in de nieuwe regeling nodig is, is wel iets groter. Maar we nemen maatregelen om de pensioenuitkeringen in de nieuwe regeling te beschermen. Dat doen we op drie manieren.

    1. Beleggen op maat

    Voor jongeren, die nog lang te gaan hebben tot hun pensioen, beleggen we met meer risico en daarmee een grotere kans op een hoger rendement. Wie ouder wordt, vanaf 50 jaar, laten we stapsgewijs minder beleggingsrisico lopen. Daardoor gaat het persoonlijk pensioenvermogen vanaf 50-jarige leeftijd minder schommelen en ontstaat steeds meer duidelijkheid over de hoogte van de verwachte pensioenuitkering. Dus: hoe dichter bij het pensioen, hoe meer duidelijkheid. Ook wie eenmaal met pensioen is, blijft dit lagere beleggingsrisico lopen.

    2. Spreiden van mee- en tegenvallers

    We spreiden mee- en tegenvallers in de beleggingsresultaten over drie jaar. Zo zorgen we voor stabielere pensioenuitkeringen. Hoe werkt dat spreiden van meevallers en tegenvallers? Elk jaar kijken we wat het rendement is van 1 januari tot en met 31 december. Een derde van dat rendement verrekenen we met de pensioenen van het jaar daarop. De nieuwe hoogte van het pensioen gaat steeds in op 1 april. De rest van het rendement zetten we apart ("op de lat"). Het jaar daarop doen we hetzelfde, én doen we daarbovenop een derde van wat er nog op de lat staat van de jaren daarvoor. Zo gaat het jaar op jaar.

    Zijn de beleggingsresultaten in een jaar negatief? Dan verrekenen we die met een eventueel positief saldo dat nog op de lat staat. Is er dan nog steeds een negatief rendement waardoor de uitkeringen zouden moeten dalen? Dan verwerken we een derde hiervan in de uitkeringen. Maar: we zetten dan ook de solidariteitsreserve in. Zo kan in de meeste gevallen een daling van de uitkeringen tóch nog worden voorkomen.

    3. Solidariteitsreserve

    Om een verlaging in slechte tijden te voorkomen, is er een gezamenlijk reserve. Die noemen we de solidariteitsreserve. Bij de overstap naar de nieuwe regeling vullen we deze reserve (als er op dat moment voldoende vermogen is) afhankelijk van de hoogte van de dekkingsgraad met minimaal 5% en maximaal 7,5% van het totale pensioenvermogen. Gaat het goed met de rendementen? Dan gebruiken we een stukje daarvan om de reserve in de jaren daarna verder te vullen, zolang de reserve kleiner is dan 6%. In slechte economische tijden gebruikt het pensioenfonds de reserve om te voorkomen dat de uitkeringen omlaag moeten. Per jaar gebruiken we maximaal 20% van de reserve voor het beschermen van de uitkeringen. In goede economische tijden vult het pensioenfonds de reserve dan weer aan.
    Hoever kan de pensioenuitkering dalen?
    Gaat het langere tijd erg slecht met de economie en laten de beleggingsresultaten over een lange periode hele slechte uitslagen zien? Dan kan de solidariteitsreserve uiteindelijk onvoldoende zijn om een verlaging van de uitkering te voorkomen.
    We hebben 10.000 verschillende economische scenario's doorgerekend, ieder scenario 100 jaar vooruit. Als we van al die 10.000 berekeningen in 100 jaar de 1% slechtste uitkomsten nemen, dan is de gemiddelde daling in een jaar in die slechtste uitkomsten een verlaging van de pensioenuitkeringen van 6,9%.

  • Wat is een solidariteitsreserve?

    Om een verlaging in slechte tijden te voorkomen, is er een gezamenlijk reserve. Die noemen we de solidariteitsreserve. Bij de overstap naar de nieuwe regeling vullen we deze reserve (als er op dat moment voldoende vermogen is) afhankelijk van de hoogte van de dekkingsgraad met minimaal 5% en maximaal 7,5% van het totale pensioenvermogen. Gaat het goed met de rendementen? Dan gebruiken we een stukje daarvan om de reserve in de jaren daarna verder te vullen, zolang de reserve kleiner is dan 6%. In slechte economische tijden gebruikt het pensioenfonds de reserve om te voorkomen dat de uitkeringen omlaag moeten. Per jaar gebruiken we maximaal 20% van de reserve voor het beschermen van de uitkeringen. In goede economische tijden vult het pensioenfonds de reserve dan weer aan.

    Hoever kan de pensioenuitkering dalen?

    Gaat het langere tijd erg slecht met de economie en laten de beleggingsresultaten over een lange periode hele slechte uitslagen zien? Dan kan de solidariteitsreserve uiteindelijk onvoldoende zijn om een verlaging van de uitkering te voorkomen.
    We hebben 10.000 verschillende economische scenario's doorgerekend, ieder scenario 100 jaar vooruit. Als we van al die 10.000 berekeningen in 100 jaar de 1% slechtste uitkomsten nemen, dan is de gemiddelde daling in een jaar in die slechtste uitkomsten een verlaging van de pensioenuitkeringen van 6,9%.

Bekijk alle vragen

Bijzondere regelingen

  • Ik ben arbeidsongeschikt, verandert er iets voor mij?

    U bouwt pensioen bij ons op. Dit gebeurt (gedeeltelijk) premievrij omdat u (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt bent. Het pensioenfonds betaalt dus (een deel van) uw premie. In de nieuwe pensioenregeling blijft dit zo. U blijft dus pensioen opbouwen voor het deel dat u arbeidsongeschikt bent en uw nabestaanden hebben nog steeds recht op een nabestaandenpensioen.

    Wel wijzigt voor u, net als voor de actieve deelnemers, de wijze waarop de (premievrijgestelde) opbouw plaatsvindt. Dit gebeurt in de nieuwe regeling namelijk niet langer op basis van een jaarlijks opbouwpercentage, maar op basis van de premie-inleg.

    Ontvangt u arbeidsongeschiktheidspensioen van ons? Dan gaat de hoogte van uw arbeidsongeschiktheidsuitkering variëren. Net als andere pensioenuitkeringen wordt de hoogte ieder jaar opnieuw bepaald. Uw pensioen kan straks wel makkelijker omhoog in goede tijden. In slechte tijden beschermen we uw pensioen tegen een daling, met een gezamenlijke reserve. In hele slechte tijden kan uw pensioen nog steeds omlaag, net als nu.

  • Wat gebeurt er met mijn opgebouwde partner- en wezenpensioen uit de oude regeling (vóór 1 januari 2020)?

    Bent u deelnemer aan de pensioenregeling en heeft u geen bezwaar gemaakt tegen de omzetting van het opgebouwde partner- en wezenpensioen uit de oude pensioenregeling (vóór 1 januari 2020). Dan hebben uw partner en kinderen recht op een partner- en wezenpensioen vanuit de eerder opgebouwde aanspraken.

    Daarnaast hebben uw nabestaanden vanaf de ingang van de nieuwe pensioenregeling meestal recht op nabestaandenpensioen op grond van de nieuwe pensioenregeling.

Bekijk alle vragen

De overstap naar de nieuwe regeling

  • Is de overstap erg duur?

    Ja, de overstap is duur. Er moet veel geregeld worden om de overgang op een goede manier uit te voeren. Zo moeten de computersystemen worden vernieuwd om de nieuwe regeling te kunnen uitvoeren. Dit is niet alleen voor ons fonds zo, maar alle pensioenfondsen in Nederland krijgen hiermee te maken. Ons fonds doet natuurlijk wel zijn best om de kosten voor de overgang zo laag mogelijk te houden. De werkgever betaalt alle uitvoeringskosten, ook voor gepensioneerden en ex-werknemers. 

  • Wanneer gaat de nieuwe pensioenregeling in voor Pensioenfonds DNB?

    Ons fonds is van plan om op 1 juli 2026 over te gaan op de nieuwe regeling.